Van Routekaart naar realiteit: het Jaarevent Circulaire Maakindustrie 2026
Acht routekaarten voor verschillende productgroepen binnen de maakindustrie; de afgelopen anderhalf jaar werkten publieke en private partijen samen aan een gezamenlijke agenda. Op het Jaarevent Circulaire Maakindustrie, op 17 juni in De Kas in Woerden, ging het over de stap die daarna komt: hoe bedrijven, overheid en kennisinstellingen die routekaarten samen tot uitvoering brengen. In de uitverkochte zaal was het enthousiasme voelbaar. Deelnemers herkenden zich in de praktijkvoorbeelden, en tegelijk was er een scherp oog voor wat er nog nodig is: op sommige terreinen wet- en regelgeving, op andere kwaliteitsstandaarden of centrale coördinatie binnen de productgroep.
Diana de Graaf, directeur van Stichting Circulaire Maakindustrie, zette direct de toon; onderzoek van de Metaalunie onder honderd metaalbedrijven in Zuid-Holland laat zien dat vijfentachtig procent van die bedrijven al repareert, zevenenzestig procent tweedehands onderdelen inzet en ruim zestig procent aan recycling doet. Een onderzoek onder maakbedrijven in Overijssel bevestigt dat beeld: negentig procent binnen de Maakindustrie doet al íets aan circulariteit.
Ambitie, lef en financiering
Erwin Nijsse, directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, belichtte in zijn bijdrage de overheidskant van die uitvoeringsopgave. Zijn boodschap was kernachtig: “Dat vraagt ambitie. Dat vraagt lef. Dat vraagt financiering.” Hij benadrukte daarbij de rol van de overheid als launching customer: als inkopende partij kan de overheid de markt mee op gang helpen.
In het panelgesprek dat volgde, onder leiding van dagvoorzitter Stéphanie Schuitemaker, kreeg die uitvoeringsopgave een meer concrete kant. Harald Tepper (Director Sustainability bij Philips en Voorzitter van de Routekaart Machinebouw) bracht het industrie-perspectief in: materiaal is “een strategische resource geworden” en zou onderdeel moeten zijn van de risico agenda van ieder bedrijf. Zijn boodschap over ketensamenwerking was helder: “Het werkt niet om vanuit je eigen torentje te denken,” aldus Tepper. Door de keten samen te organiseren ontstaan nieuwe partnerschappen, soms met leveranciers in een andere rol dan de klassieke leverancier-afnemerrelatie. Dit is winst voor de concurrentiepositie van bedrijf én land.
Vanuit pure innovatie bezien, benoemde Moniek Tromp (Director Zernike Institute for Advanced Materials bij de Rijksuniversiteit Groningen en Voorzitter van de Routekaart Batterijen), het knelpunt van opschalen: “Alles wat we nieuw gaan doen, is niet perse kostendekkend, dus daar moeten we samen over nadenken hoe we dat oppakken.”
Nijsse trok in het gesprek zelf een scherpere lijn dan in zijn opening: gerichter kiezen waar Europa daadwerkelijk verschil kan maken, met marktontwikkeling als belangrijkste factor en de classificatie van afvalstoffen als concreet knelpunt in de regelgeving.
Tijdens het programma werd ook de whitepaper ‘Sturen op waarde over de productlevenscyclus’ overhandigd aan Nijsse, ontwikkeld door BOM en OostNL binnen het DACE-initiatief voor digitalisering en automatisering in de circulaire economie. Iris Grobben nam het eerste exemplaar mede namens Circonnect in ontvangst.
De praktijk: circulariteit bij Ahrend
De dagelijkse praktijk kreeg een gezicht in de presentatie van Dionne Ewen, Manager Sustainability & ESG bij Koninklijke Ahrend. Het bedrijf werkt al langere tijd aan circulariteit en heeft daarin verschillende richtingen onderzocht. De grootste potentie voor Ahrend zit volgens Ewen in retrofit: het aanpassen van bestaande producten aan nieuwe eisen, naast het schaalvoordeel bij grote volumes.
Zo voldoet de Luvia,één van Ahrend’s best verkochte bureaustoelen, niet meer aan de huidige ergonomienormen, maar met een nieuw ruggedeelte van gerecycled materiaal kan hij opnieuw jaren mee. Dat maakt circulariteit voor Ahrend geen niche toepassing, maar een vraagstuk dat het hele bedrijf raakt. Niet elk product komt na gebruik bij Ahrend zelf terug en naarmate klanten vaker voor een refurbished product kiezen, raakt dat ook de nieuwverkoop.
Twee vragen uit de zaal maakten dit knelpunt nog scherper. Op een vraag over de groei van as-a-service-modellen antwoordde Ewen dat aanbestedingen hier nog een rem op zetten: kwaliteitscriteria die onderscheid maken tussen remanufactured, refurbished en gerepareerd ontbreken nog. Een vervolgvraag opperde een terugnamegarantie als oplossing, maar volgens Ewen mogen bedrijven bij een inschrijving geen voorbehoud van terugkoop toevoegen. Hele concrete voorbeelden uit de praktijk waar wetgeving op zou mogen aansluiten.
De deelsessies: productgroepen in beweging
Na het plenaire programma kozen deelnemers hun eigen route. In de eerste ronde gingen deelnemers in gesprek over de routekaarten van vijf productgroepen: Machinebouw, Maritieme maakindustrie, Klimaatinstallaties, Zon PV en Offshore Wind.
In de tweede ronde waren er meerdere sessies rondom de praktische tools van Circonnect. Hans van der Steen ging in op de rol van het Grondstof- en Productpaspoort bij leveringszekerheid en circulair ontwerp. Bij de sessie over de Restwaarde tool ontdekten deelnemers onder leiding van Jeannette Levels (Circonnect expert team) hoe inzicht in hergebruiks- en recyclingwaarde bijdraagt aan circulaire businessmodellen. Bij de sessie rondom de Benchmark voor Circulaire Klimaatinstallaties gingen de deelnemers aan de slag met ketenpartners om de eerste stappen te zetten richting duidelijke vergelijkingsmaatstaven. Daarnaast was er een sessie over digitalisering (Jan Westra en Pepijn Rinzema), en een sessie van MaakLos over remanufacturing als nieuwe omzetbron.
Innovatieagenda voor de Maakindustrie
De rode draad die Iris Grobben aan het eind van de dag deelde: Routekaarten zijn geen eindpunt, maar een innovatieagenda waarmee publieke en private partijen samen vraagstukken oppakken rond concurrentievermogen, leveringszekerheid en de praktische organisatie van circulaire ketens.
Het beter benutten van wat al in gebruik is, zoals Ahrend laat zien, integraal ontwerpen, gericht kiezen waar kritieke grondstoffen de meeste waarde leveren, en data als vertrekpunt voor risico-inzicht: het zijn precies de thema’s die die dag in de zalen terugkwamen.





